De tekst is hard, maar het is wel de tekst die geldt

Het arrest van de Hoge Raad in de zaak DPD tegen Get Moving c.s. is een belangrijke uitspraak voor commerciële partijen. De boodschap is klip en klaar: contractuele bepalingen mogen niet worden omzeild via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW). Het belang van rechtszekerheid in commerciële verhoudingen staat voorop en blijft een fundamenteel uitgangspunt voor het bedrijfsleven bij het afsluiten van contracten.

Wat is er gebeurd?

Twee vervoerders verzorgden jarenlang pakketvervoer voor DPD op basis van stilzwijgend verlengde jaarcontracten. DPD ontbond deze overeenkomsten volgens de contractuele opzegtermijn van één maand. De vervoerders hadden financieel substantieel in de verhouding geïnvesteerd. De vraag was daarom of die contractuele termijn, gezien de langdurige en intensieve samenwerking en de afhankelijkheid van de vervoerders van DPD, wel door de beugel kon. Het Hof vond van niet en verlengde de opzegtermijn op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Het Hof deed dat met de gedachte dat deze jarenlange samenwerking niet was voorzien en daarom een ‘leemte’ in de contracten vormde.

Wat zegt de wet?

Als een omstandigheid zich voordoet en partijen hebben dat niet voorzien, kan een contractuele bepaling worden gewijzigd. Dat kan alleen via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW) of via art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden). De lat ligt hoog en alleen in het geval de uitkomst onaanvaardbaar is, kan de bepaling worden gewijzigd. De toets is streng en moet terughoudend door de rechter worden gehanteerd.

Wat vindt de rechter?

De Hoge Raad is het niet met het Hof eens. De rechter mag leemtes alleen aanvullen als er een situatie is die niet is voorzien. In dit geval was een opzegtermijn overeengekomen en daarom was er geen sprake van een leemte of van een situatie die niet is voorzien. Daarmee zet de Hoge Raad een streep door de zogeheten ‘dynamische uitleg’ van contracten als grond voor wijziging. Deze benadering houdt in dat de inhoud van een overeenkomst mede wordt bepaald door de wijze waarop partijen die overeenkomst in de loop van de tijd zijn gaan uitvoeren.

In het DPD-arrest geeft de Hoge Raad aan dat uitvoering ná totstandkoming van het contract wel aanwijzingen kan bieden voor uitleg, maar geen nieuwe contractuele rechten en verplichtingen in het leven mag roepen. Het toetsingsmoment blijft het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. De Hoge Raad trekt daarmee een duidelijke grens: uitleg is iets anders dan wijziging, en wijziging vereist een hoge drempel – óók bij een langdurige en intensieve samenwerking.

Slotsom

Kortom: de Hoge Raad beschermt de letter van het contract, tenzij sprake is van onaanvaardbaarheid. De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid mag geen sluiproute vormen om bepalingen te herschrijven. Rechtszekerheid blijft het uitgangspunt. Een contract is een contract en dat kan niet zomaar worden gewijzigd. De tekst speelt daarin een zeer belangrijke grote rol.

Lees hier het arrest.